Die kansenongelijkheid moeten we zelf aanpakken.

De toekomst is ongewis. We kunnen de glazen bol erbij pakken en proberen wat voorspellingen te doen, maar in tijden van rappe veranderingen blijft het vooral koffiedik kijken. Toch zijn er twee plekken waar we die toekomst wel degelijk kunnen beïnvloeden en dat is thuis en op school. In het gezin hebben we de kans om kinderen in een omgeving van liefde en grenzen te laten ontdekken wie ze zijn en hoe ze zich kunnen verhouden tot anderen. Op school hebben we de kans om kinderen een oefenplek te bieden waar ze de toekomst kunnen maken.

Alleen al daarom is het onbegrijpelijk dat politieke partijen het zaaibed dat onderwijs voor een welvarende en beschaafde samenleving is niet torenhoog op hun agenda hebben staan. Dat niemand in zijn verkiezingsprogramma roept dat de onderwijsbegroting de grootste van het land moet zijn, omdat in scholen de fundamenten gelegd worden voor de kwaliteit van de samenleving van morgen.

Maar het onderwijs zelf gaat ook niet vrijuit. De inspectie toonde in haar jaarlijkse De Staat van het Onderwijs aan dat juist het onderwijs ongelijkheid en segregatie in de hand werkt. Het maakt voor de kansen die je als kind op school krijgt uit wie je ouders zijn, welk werk ze doen en hoeveel er op hun bankrekening staat.

Parallel hieraan groeit een vorm van privatisering van het middelbaar onderwijs door bureaus die peperdure examentrainingen, huiswerkbegeleiding en leercoaching aanbieden. Slechts weggelegd voor kinderen van bemiddelde ouders. Als schoolleider schaam ik me voor deze trend. Funderend onderwijs is gratis in Nederland voor ieder kind. Dat is niet voor niets zo geregeld. Dat hoort zo te blijven. Maar het lukt ons blijkbaar niet om alle leerlingen te bieden waar ze recht op hebben. De markt heeft inmiddels een neus voor dit falen en haakt er dankbaar op in.

De oplossing voor de kansenongelijkheid in het onderwijs zit volgens mij niet in het belangrijker maken van de citotoets of het gratis aanbieden van huiswerkbegeleiding. Dat houdt de echte boosdoener in leven. Die zit in de onmogelijkheid voor leerlingen om toegang te krijgen tot alle aanbod en expertise in de school die ze nodig hebben om zich optimaal te kunnen ontwikkelen. Los van afkomst, geld of ‘vlekje’. En om dat op te lossen moeten we stoppen met leerlingen vanaf de brugklas in te delen in klassen- en leerniveaus waaruit geen ontsnappen meer mogelijk is. Het advies van de basisschool blijft onverminderd relevant, maar als minimum uitstroomniveau bij diplomering. Niet langer als instroomniveau voor plaatsing en toelating van kinderen.

Het onderwijs op mijn school wordt nu aangeboden op vier locaties verdeeld over de stad. Onze twee belangrijkste ambities voor de komende vier jaar zijn dat elke leerling op elk moment toegang heeft tot alle aanbod en expertise in de school en dat elke medewerker daar kan werken waar hij zich op dat moment het beste kan ontwikkelen en optimaal presteert. Iedereen snapt dat dit niet gaat lukken met vier gebouwen en de klassieke organisatie en structuur zoals we die nu kennen. Er is dus werk aan de winkel.

Deze column is verschenen in het septembernummer van ‘Van 12 tot 18’.

 

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s