Een stuur met teveel toeters en bellen. #blimageNL

Hartger Wassink daagde me in zijn blog uit tot een #blimage. Frans Droog gooide deze steen vrijdag jl. in de Twittervijver. Het gevolg van die worp blijft niet beperkt tot wat rimpelingen op het water. Hieronder mijn ietwat langere persoonlijke bijdrage. Het is immers vakantie J

Ik was net een paar weken 12 toen ik naar de L.T.S. ging. Eerder vanzelfsprekend dan een overwogen keuze. We schrijven 1974. Ik herinner me nog dat ik een paar maanden eerder een Cito toets had gemaakt. Van een uitslag of een gesprek daarover en wat daarna moest volgen herinner ik me niets. Dat zou ook overbodig zijn geweest. Mijn toekomst stond vast. Geld verdien je met je handen, niet met je hoofd. Een vak leren en hard werken. Woorden die thuis zowat op alle keukentegels stonden.

Mijn beide ouders kwamen uit gezinnen van mijnwerkers en vader heeft tot de sluiting van de mijnen er geen slechte boterham mee verdiend. Den Uyl gooide in 1966 gitzwart roet in het eten toen hij de mijnen sloot. Een onvergeeflijk besluit in de ogen van de koempels. Een roekeloos besluit vanwege het ontbreken van een sociaal en economisch alternatief plan. Vandaag de dag zijn de wonden van de mijnensluiting in sommige delen van de provincie nog niet geheeld. Tot op zijn sterfbed is pa het werken ondergronds als de meest mooie en eerzame baan uit zijn hele carrière blijven noemen en volhardde hij in zijn opvatting dat PvdA’ers Gods grootste huichelaars waren.

Ik fietste vier jaar lang naar de ambachtsschool. Om een vak te leren. Elektrotechniek op C niveau. Nu noemen we dat de kaderberoepsgerichte leerweg sector Techniek. Overdag had ik het niet zo naar mijn zin. ’s Avonds las ik stiekem ‘De hoofdsom der psychiatrie’ van Prof. Kuiper en ‘Anders gezegd, een verzameling theologische opstellen voor de welwillende lezer’ van Dr. Kuitert. Niet dat ik er veel van begreep, maar fascinerend was het wel. Evenmin liep ik er mee te koop. Kinderen zijn genadeloos op die leeftijd. Ook wist ik vanaf mijn zesde dat ik leraar wilde worden.

In de brugklas maakte de mentor op een dag een rondje langs de tafels van zijn leerlingen om op te halen wat ze later wilden worden. Toen hij bij mij kwam zei ik dat ik leraar wilde worden. In zijn reactie zat geen woord Chinees: ‘Pff…. dat kun je vergeten! Daarvoor zit je hier niet op school.’ Van sommige antwoorden ketsen de afzonderlijke letters als kiezelstenen tegen je gezicht.

We schrijven 1999. Ik werkte inmiddels tien jaar als sociaal psychiatrisch verpleegkundige op een RIAGG toen ik mijn bul in ontvangst nam op de Radboud Universiteit in Nijmegen. Religiestudies. Een theologische studie voor studenten zonder een klassieke vooropleiding. Nog net in de tijd dat een doctoraaldiploma recht gaf op een eerste graads lesbevoegdheid. Bijzonder was het moment toen ik een paar jaar later, als lid van de directie van een middelbare school, bij de opening van ons nieuwe gebouw de gasten mocht verwelkomen, oog in oog stond met mijn mentor van toen.

Ik heb de ambities uit mijn jeugd weten te realiseren ondanks een valse start. Was het een valse start? Wanneer ik mezelf zie klussen in huis niet. Maar wanneer je weet wat je graag wil wel. Ik heb dingen gemist die ik nooit meer kan inhalen. Om nog maar te zwijgen over de frustratie, het geduld en de vele omwegen die nodig waren om mijn doel alsnog te bereiken. Wat was het dan wel? Kille berekening? Nee, een toekomst- c.q. carrièreplanning heb ik nimmer gemaakt. Toeval? Dat zou te veel onrecht doen aan het doorzetten dat me op stoom hield. Geluk? Ach, het verlangen naar geluk is net zo ongewis als het hopen op goed weer tijdens de vakantie. Vertrouwen? Wie weet? Maar dan meer in de zin zoals Paulo Coelho het beschrijft in de Alchemist: ‘ When you really want something, all the universe conspires in helping you to achieve it’. Al met al teveel boterzachte verklaringen om te veronderstellen dat school er niet toe doet, je komt er toch wel. Met kansen voor kinderen mogen we niet morsen.

Dit stukje van mijn biografie neem ik mee in mijn werk op school. Toen ik in 2000 als leraar aan de slag ging zag ik, in tegenstelling tot de gangbare opinie, hoe weinig er veranderd was in scholen. Er waren veel nieuwe afkortingen en regels, andere lesboeken ook, maar het spel tussen leraar en leerling werd nog steeds hetzelfde gespeeld, tot op de dag van vandaag. In mijn tijd als rector van het Connect College maakte ik, wanneer het echt niet anders ging, wel eens gebruik van de diensten van inmiddels gepensioneerde leraren. Die sprak ik dan even op mijn kamer waarna ze probleemloos weer aan de slag gingen. Hoezo veel veranderd?

Op de foto waarmee Hartger me uitdaagde zag ik een stuur met veel te veel ingewikkelde toeters en bellen. Symbolisch voor de ingewikkelde en tijdrovende manier waarop ik me zelf een weg in de toekomst gebaand heb en symbolisch voor de manier waarop heel veel leerlingen dat heden ten dage nog steeds moeten doen. De motivatie bij kinderen om te leren en het écht kennen van onze leerlingen zijn grote uitdagingen waar we nog steeds geen antwoord op hebben. We schrijven dit gemakkelijk toe aan de veranderende samenleving en aan de andere aard van de kinderen zelf. Kinderen blijven zitten, stromen af, stromen uit, worden gediagnosticeerd, maken hun huiswerk niet, zetten de boel op stelten, spijbelen enz. Belhamels zijn het, met zo’n kinderen wordt het nooit iets met het onderwijs in Nederland. Zoals de Koning van Pruisen al riep: ‘Had ik toch een ander volk, dan kon ik een goede Koning zijn’. Maar het ligt niet aan de kinderen! Het ligt nooit aan de kinderen! Nooit, nooit, NOOIT! Wanneer we het aandurven om dit inzicht toe te laten, niet als veilige academische stelling, maar als niet-vrijblijvende overtuiging, gaan we heel andere gesprekken voeren met elkaar. Dan is de kans groot dat het spel tussen leraar en leerling op korte termijn anders gespeeld gaat worden.

Dan zie ik een foto voor me waarop een voertuig staat met een stuur en een gaspedaal waarachter de leerling zit. Hij geeft gas en rijdt zijn weg. Naast hem zit de wijze leraar. Met slechts een rempedaal en een klein stuurtje. De wijze leraar weet wie naast hem zit en wanneer het tijd is om te remmen, of om even te stoppen. Om wat bij te sturen naar links of naar rechts. Niet te laat, maar ook niet te vroeg.

Gaat het in scholen niet vooral erom kinderen in situaties te brengen die verwondering oproepen? Verwondering leidt tot het stellen van vragen en vervolgens tot de motivatie om op zoek te gaan naar antwoorden? Gaat het niet om het kennen van elk kind? Ieder kind heeft toch minstens het recht om minimaal één leraar tegen te komen die zijn kwaliteiten ziet en er iets mee doet?

Mijn #blimage uitdaging gaat naar Jasmijn Kester. Jasmijn welke foto inspireert jou tot een persoonlijk verhaal over onderwijs?

11025676_852987778077748_2476873550754460332_n

IMG_1700

IMG_1548

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s